Tien jaar gamescom

dinsdag 14 augustus 2018 - 11:46

Amerika heeft de E3 en Aziaten lopen warm voor de Tokyo Game Show. Ook Europa kent een lange traditie in het organiseren van gamebeurzen. De bekendste, gamescom, viert dit jaar zijn tiende verjaardag.

De eerste keer dat er in Duitsland een gamebeurs van internationaal niveau werd georganiseerd, was in 2002. De Leipzig Games Convention was gericht op zowel de professionele bezoeker (retail, industrie en pers) als de consument. Het evenement ging de concurrentie aan met de Britse European Computer Trade Show (ECTS). De organisator daarvan, CMP, maakte in 2005 echter bekend dat er, na 19 edities, geen nieuwe b2b-evenementen in Engeland meer zouden worden houden. Leipzig werd hierdoor dé plek waar iedereen zich verzamelde om games te bekijken en te spelen.

Onder de naam Games Convention werd hier tot 2008 het grootste game-event van Europa georganiseerd. Het evenement trok op het hoogtepunt meer dan 200.000 bezoekers. De organisatie spon garen bij de besluiteloosheid van de Amerikaanse beurs E3, die zich niet duidelijk wist te positioneren. Hierdoor was het voor industrie en professionele bezoekers minder interessant om de trip naar Los Angeles te maken. Maar hoewel de Leipzig Games Convention een uitstekend alternatief bood, was er ook veel kritiek.

Leipzig wordt Keulen

Bezoekers stoorden zich vooral aan de infrastructuur en locatie van de voormalige Oost-Duitse stad. Met auto, vliegtuig (met overstap) en trein duurde de reis vanuit Nederland lang. Voor Britse, Franse en Spaanse bezoekers was de reistijd in sommige gevallen zelfs langer dan die naar de E3 in LA. De doodssteek kwam toen de Duitse brancheorganisatie BIU in 2008 bekendmaakte dat het de Leipzig Games Convention niet langer zou ondersteunen.

Een nieuwe beurs in Keulen, met de naam gamescom, moest het alternatief worden. De beurs zou worden ondersteund door onder andere Sony, Nintendo en Microsoft. Terwijl Games Convention een poging waagde met een op browser- en onlinegames gericht evenement, dat overigens nooit echt van de grond kwam, vond in 2009 de eerste editie van gamescom plaats in Keulen. De beter bereikbare locatie bleek een schot in de roos. De eerste editie van de gameshow trok 245.000 bezoekers. Inmiddels is gamescom met 350.000 bezoekers uitgegroeid tot het grootste game-event ter wereld.

Drukte

Dat succes kwam echter niet zonder slag of stoot tot stand, want ook gamescom kampte met de nodige uitdagingen. Een van de grootste hiervan vormden de consumenten. Door de relatief centrale ligging was het voor veel jongere gameliefhebbers redelijk makkelijk om naar Keulen te gaan. De hierdoor stijgende bezoekersaantallen begonnen op een bepaald moment voor potentiële gevaarlijke situaties te zorgen. In 2011 werden op de zaterdagmiddag de deuren van de Koelnmesse gesloten. Het was veel te druk. Er zouden meer dan 100.000 mensen op de beursvloer rondlopen, terwijl er maar 62.000 bezoekers toegelaten hadden mogen worden. Verschillende media meldden dat ambulances af en aan reden om door de drukte en warmte onwel geworden bezoekers af te voeren.

Om herhaling van die drukte te voorkomen, scherpte de organisatie het ticketbeleid aan. Zo werd het aantal tickets voor de zaterdag beperkt. Dit bleek te helpen, want incidenten van soortgelijke omvang vonden niet meer plaats. De drukte is en blijft echter een probleem. De betalende gamescom-bezoeker moet vaak lang in de rij staan (soms zes uur om een game te kunnen spelen) en de professional die van afspraak naar afspraak rent, moet zich telkens een weg door bijna ondoordringbare massa banen. De organisatie blijft experimenteren met kaartjes. Zo wordt dit jaar de Wild Card geïntroduceerd. Hiermee krijgen consumenten toegang tot de exclusieve trade visitors area en de mediadag, die ieder jaar voor de start van gamescom begint. Het is overigens onbekend hoeveel Wild Cards er verstrekt worden.

Afwezig

Al snel na de eerste editie van gamescom werd duidelijk dat de aanwezigheid van grote namen geen vanzelfsprekendheid was. Drie jaar na de start in Keulen maakten drie grote spelers – Microsoft, Nintendo en SEGA – bekend dat zij de beurs zouden overslaan. De focus van het bedrijf achter de Xbox lag op kleinere, lokale entertainmentervaringen, gericht op consumenten, partners, retail en pers. Niet veel later stonden Xbox en Nintendo echter weer op de Duitse beursvloer. Ook de editie van dit jaar kent enkele grote afwezigen. Zo heeft Take-Two Interactive geen publiekstands of aanwezigheid in het b2b-gedeelte. Maar ondanks de tijdelijke hiaten laat gamescom elk jaar een uitstekende en gebalanceerde afspiegeling van de wereldwijde industrie zien. Een plek waar consumenten warm gemaakt worden voor de nieuwste releases, en uitgevers en retailers de puntjes op de i zetten voor het najaar. Al zijn de grote deals natuurlijk al veel eerder gemaakt.

Nieuwe concurrent

Op de tiende verjaardag van gamescom worden opnieuw alle registers opengetrokken om de voorgaande edities te overtreffen. Zo zijn er meer dan vijftig exploitanten. Ook maakt de organisatie flinke stappen op het gebied van zeitgeist en relevantie. Het thema van 2018, ‘Diversity Wins’, richt zich op de grote mate van diversiteit en veelzijdigheid binnen videogames. Daarnaast wordt ook onderstreept dat games niet enkel entertainment zijn, maar ook een culturele waarde hebben. Een mooie insteek, maar waar het voor de industrie natuurlijk om draait, is zichtbaarheid en succes. En op die punten heeft gamescom niets te klagen.

Sprake van Europese alleenheerschappij is er echter niet meer. Sinds 2010 wordt in Frankrijk de Paris Games Week georganiseerd in Paris Expo Porte de Versailles. Deze beurs heeft eenzelfde insteek als gamescom en wist vorig jaar 350.000 bezoekers te trekken. Een serieuze concurrent dus voor het Duitse evenement.